Een novelle met autobiografische aspecten’, zo staat aan het begin van dit kleinood te lezen. Welke aspecten autobiografisch zijn en welke niet wordt niet duidelijk, maar is ook niet van zo heel veel belang. Jikke de Jager heeft met 'tien' een bijzonder boekwerkje gemaakt: in nog geen honderd pagina’s weet ze een heel verhaal te vertellen dat boeit. Aan de hand van tien haiku’s (de tien hoofdstukken) vertelt ze tien verhaaltjes aan haar autistische zoon Jop waarin gaandeweg haar streng protestantse jeugd duidelijk wordt. Een jeugd waarin ze de nodige krassen heeft opgelopen, met traumatische gebeurtenissen en veel geheimen, maar waaruit ze sterker tevoorschijn gekomen is. Sober beschreven met rake karakterbeschrijvingen en, ondanks de beperkte omvang, veel zeggingskracht. De bijzondere hoofdstukaanduiding draagt bij aan de samenhang tussen de verhalen: het zijn tien aparte verhalen maar ze horen wel bij elkaar. Een mooi geschreven verhaal, bijzonder qua inhoud en vorm.
Carol Tummers