Een jongen vroeg zich af

 

Een jongen vroeg zich af

of...

frikandellen konden praten

iemand in een kopje paste

verdriet alleen in je ogen zat

rode randen gevaarlijk waren

schuursponsjes in de schuur lagen

alle zwarte katten van heksen waren

je mocht lachen om erge dingen op tv

zijn autodekbedhoes nooit op zou raken

oma’s beter konden blijven leven dan opa’s

je de hele halve weg kon fietsen met je ogen dicht

iedereen in een land van honger terecht kon komen

de winter niet zou vergeten te vertrekken voor de lente

hij altijd mijn kind zou blijven en ik hem nooit weg zou doen.


Er was eens...

 

Als in een sprookje

lag je als een boze elf

afstandelijk onder glas

lijkwit

doodstil

zo alleen

was je nog nooit geweest.

 

Daarvoor was er een aanhoudende

kaartjesregen van prachtige zinnen

smeekgebeden onder vochtig linnen

ze vermeerderden

jij verminderde

ze joegen je op

verontrustte je

mij ook.

 

In jouw ogen schemerde berusting

ertussen flitste opgespaarde angst

beklemmende eeuwigheidsvragen

‘dominee, hoor ik erbij?’

 

Het eindige

– na teveel pijn –

in een ontsnapping

op de laatste ademtocht

uit het sterfbed omhoog

daar blijf ik je zoeken

elke windveer

vallende ster

ben jij

misschien.

 

Voorgelezen in 'Dichter op de  Nacht' bij OKE FM 2016 


 Missen

 

ook al zag ik je

zolang

bijna nooit

mis ik je

nu

 

en straks als ik vijftig word

de eerste lentedag

 

bijna elke dag

vroeg of laat

op de dijk

onderweg

in de trein

naar het werk

een gesprek

weer naar huis

schuift je naam in mijn hoofd

 

Martin


Je bent al zo lang
dood en begraven
onder een glimmende
keiharde zwarte steen

 

Ik wilde naar je toe
eerst met bloemen
toen een kerststuk
daarna paastakken

 

ook al mis ik je zo
mis ik ook de tijd
om al mijn missen
bij jou neer te leggen

 

maar hier
buiten in het land
ben je altijd vlakbij
raak ik je bijna aan
als ik op mijn tenen sta
en jij je vingers naar me buigt.


Vroegste herinnering

 

in mijn vroegste herinnering

is het schemerig met flitsen

dokterstas, steile spijlentrap,

gehaaste stappen, natte lap

 

in mijn vroegste herinnering

is een raadselachtig wezentje

nieuwer dan ik, andere snikjes

ik ben een peuter met strikjes

 

in mijn vroegste herinnering

gaat de slaapkamerdeur open

kom maar binnen zegt de zuster

mama zit op bed in een duster

 

in mijn vroegste herinnering

komt zusje Laura in mijn leven

ze is een zoet roze schuimpje

met een slabbetje en duimpje


zusje

 

 

 

 

 

ik tel terug van vijftig tot een kinderwagen
verander donkerbruin met grijze strepen
in zacht gewassen babyshampoohaar

 

open de deur naar vroeger
leg de jaren naast me neer
voel mijn eerste grote liefde
onvoorwaardelijk stromen
in een restantje kinderziel

 

betoverd door
zomerwarmte
kriebelteentjes
hazelnootogen
prinsessenlach

 

vergeet nooit
dat het ooit
tussen ons
zo puur en
magisch was

 

 


Ik zie ons in de herfst

 

ik zie jou in het egeltje  

met het verstopte gezichtje

als ik hem help oversteken

zijn het jouw onzekere stapjes

je blijft dicht bij mij

 

ik zie mijzelf in het hertje

dat droevig naar me kijkt

voor ze in de herfst verdwijnt

zij is de zomer kwijtgeraakt

je blijft dicht bij mij

 

ik zie ons in het eekhoorntje

die een verzameling heeft aangelegd

kijk, het zijn al onze herinneringen

veilig opgeborgen in mijn hoofd

je blijft dicht bij mij


Het andere kind

 

 je bent anders

dan het kind

dat ik verwachtte

 

je lijkt niet op het plaatje

van het kind

in mijn hoofd

 

je voelt hetzelfde

als het kind

onder mijn hart

 

je bent van mij

alleen dat telt

al mijn liefde is voor jou

Voorgelezen in 'Dichter op de  Nacht' bij OKE FM 2016. Luister naar de door mij gekozen muziek hierbij:  https://youtu.be/_TYa94yBdeo?list=PLU5Sr-Ar0Cstf7j-DcWhkoWO95BDGfdrg


mijn pijn

 

mijn pijn

is dof geworden

door onderdrukking

ernstige verwaarlozing

en langdurige opsluiting

in mij

 

mijn pijn

beklaagt zich bij

dikke inktzwarte woede

en teer violet verdriet

die ik ook onderdruk

over mij

  

mijn pijn

zeurt maar door

over goede bedoelingen

en waarschuwingen

voor grote gevaren

buiten mij

  

MAAR…

 

 mijn pijn

ben ik de baas

zij krijgt geen vleugels

waarmee ze kan ontsnappen

om zich op te dringen

aan mij

 

 Opgenomen in dichtbundel over alle soorten pijn (geselecteerd door Uitgeverij Aquazz met 67 andere dichters).


Toekomst

 

ik ben een kind

ik ben bijna blanco

ik ben zo goed als nieuw

 voor mij staat niets vast

ik heb toekomst

 ik kan nog alles worden

zelfs de dingen

die niet kunnen

kan ik leren

in de tijd


Hemelvaartsochtend

 

 mijn zoon is goed met graffen

– zoals hij ze noemt –

 

op Hemelvaartsochtend

neem ik hem mee

naar vader en moeder

 

samen zoeken we de

glimmende zwarte steen

hij trekt  een bijpassend gezicht

als ik de bloemen neerzet

en de steen schoonveeg

 

we gaan op een bankje zitten

en zijn tevreden

het is een leuk uitstapje

 

mijn zoon is goed met graffen

– zoals hij ze noemt –


                                    Landtongetje

                                                                             

                                                                   zo uitstekend

                                                                     in de rivier

 

                                                                       plagerig

                                                                     verdwijn je

                                                                          soms

 

                                                                      volgzaam

                                                                  aan seizoenen

 

                                                                     moeiteloos

                                                                     verander je  

                                                                         steeds

 

                                                                     verscholen

                                                                   achter de dijk

                                                                        kleur je

                                                                    subtiel mee

                                                                             

                                                                        betover

                                                                         je mij

                                                                          altijd


Woordenschat

 

ik verzamel soorten woorden

het is mijn verborgen schat

in een kamer van mijn hart

sleep ik zinnen naar binnen

 

plezierwoorden zijn voor de lol

kunnen me plotseling ontsnappen

op een verplicht familiefeest

lachen ze teveel in citroengeel

 

droomwoorden zijn voor de nacht

ik vind ze onder mijn kussensloop

ze zijn lichtgevend en lila of violet 

zacht wensen ze me goedenacht

 

woedewoorden dringen zich op

kruipen onder mijn huid omhoog

broeierig zwart met rode strepen

ze stoken, laten mijn bloed koken

 

heimweewoorden spelen met gevoel

melancholische, droevige melodieën

ze pakken me op en nemen me mee  

van heden terug naar het verleden

 

verdrietwoorden liggen zwaar op wit

roerloos te wachten tot ze nodig zijn

als  parels van doorzichtige  tranen

ze komen te voorschijn bij zielenpijn

 

troostwoorden zetten mij voorzichtig

op een zelfgebreide troon van roze wol

ze geuren zalig zoet naar hartjessnoep

ik laat me baden in warme chocolade

 

angstwoorden heb ik achtergelaten

onder het bed van mijn kinderjaren

de demonen komen niet…….terug

ik ben het allerbangst voor angst

 

toverwoorden zijn voor sprookjes

waar ik allang niet meer in geloof

anders zou ik ze kunnen gebruiken

om je leven aan jou terug te geven

 

ik verzamel soorten woorden

het is een onuitputtelijke bron

helpers en vertalers van mijn ziel

waarom en hoe naar buiten toe



ik lijk op een eekhoorn

nieuwsgierig en behoedzaam

hoog in mijn eigen boom

 

als viool zou ik

aldoor ontstemd zijn

en droevig tonen

 ik wil inslaan als bliksem

op het juiste moment

trefzeker 

 Ochtendpijn

schijnt

violet licht

ik zie het in je ogen

voordat je breekt

en voor altijd verdwijnt

buiten mijn horizon.

 



Wedergeboorte

 

Terug in het oude huis
voel ik ons nog steeds
door een uitsteekseltje
op de versleten traptree.

 

Het is plek waar ik

vijftig jaar geleden

op je heb gewacht.

 

Zo vind ik de weg terug
naar het meisje dat ik was

op jouw eerste levensdag.

 

Daar wordt het beeld van  
toen weer scherp gesteld.

 

Je wordt opnieuw geboren.


ik spin mijn dromen in betoverd ochtendlicht om tot streepjespoes


Maya,

van oorsprong

berenjager

naar wie ik

zo lang zocht

sterk en kalm

als water

staat zij voor mij

in de rivier.

 


Zondaggevoel

 

de zevende dag rustte
behalve het gevoel
dat we in de ochtend bestreden
met zurig bijtend sinaasappelsap
en fijn geslepen zonlicht
maar kerkklokken sloegen
het door het dorp
ons bed in

 

in de middag zworen we niet toe te geven
ontweken het
dansten behoedzaam rond schaduwkringen
van lege gedachten
wat als er geen dagen waren
omdat er geen wereld was
er niets was
wij niet waren

 

je aaide me zacht gerust
ving psalmflarden uit de lucht
toen ze overdreven
en verjoeg de kraaien

 

door de avond dreef ik alleen
onder groenblauw schuim
mijn gedoopte voorhoofd gedrukt op koud porselein
orgeltonen in onderstromen
braken de weerstand van
mijn zondige ziel
voor het in de eerste dag verdween


Rekenen

Rekenen is lastiger
in dikke bange lucht
tussen blinde muren
en witte doktersjassen.

Honderd procent leven
min twintig procent dood
is tachtig procent herstel.
Zet vijf jaar tussen haakjes,
onthoud dat je leven lang.

Maar in de behandelkamer
- zoveel trage minuten later -
ben ik nog lang niet uitgeteld
als de professor mij vertelt:
‘De uitkomst is onbekend,
de getallen niet exclusief,
uw toekomst onberekenbaar.’